Op 24 juni 2026 heeft de Raad van de Europese Unie een voorstel gepresenteerd voor herziening van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR 2.0). De Raad steunt in hoofdlijnen de Commissie, maar introduceert een aantal grote aanpassingen.
Van classificatie naar categorieën
De Raad handhaaft de door de Europese Commissie voorgestelde overstap naar 3 productcategorieën. Producten moeten aan specifieke uitsluitingen voldoen en minimaal 70% van de portefeuille moet een ESG-strategie volgen die aansluit bij de duurzaamheidsclaims van het product:
- Transitie (Artikel 7): Voor producten gericht op ondernemingen die een geloofwaardig transitiepad volgen.
- ESG Basis/Integratie (Artikel 8): Voor producten die brede ESG-overwegingen integreren zonder specifieke duurzame doelstelling.
- Duurzaam (Artikel 9): Voor producten die beleggen in reeds aantoonbaar duurzame activa of specifieke duurzaamheidsdoelen nastreven.
Voor niet-gecategoriseerde producten (Artikel 6a) mogen aanbieders maximaal 10% van de tekst uitweiden over duurzaamheidsaspecten, mits zij een standaarddisclaimer opnemen dat het product niet aan de minimumcriteria voor een duurzaam product voldoet.
Belangrijkste aanpassingen door de Raad
- Harmonisatie van PAI-indicatoren
Voor de categorieën Transitie en Duurzaam verplicht de Raad om ten minste over drie Principal Adverse Impact (PAI)-indicatoren te publiceren uit een lijst die door de Commissie nog wordt opgesteld in de ‘delegated act’. Deze 3 indicatoren vervangen de huidige 18 verplichte en 2 verplichte ‘overige’ indicatoren. Dit moet de vergelijkbaarheid tussen fondsen vergroten en betekent een grote lastenverlichting voor ‘financiële marktdeelnemers’ die hierover moeten rapporteren.
- Ruimte voor fossiele brandstoffen in de Transitiecategorie
Bedrijven die inkomsten genereren uit fossiele brandstoffen (zoals kolen, olie en gas) zijn niet uitgesloten, mits zij minimaal 20% van hun kapitaaluitgaven (CapEx) toewijzen aan activiteiten die zijn afgestemd op de EU-Taxonomie én een tijdgebonden strategie hebben om Scope 1- en 2-emissies te verlagen conform het Parijs-akkoord.
- Opt-out voor Alternative Investment Funds (AIF’s)
Een opvallende wijziging van de Raad is een opt-out voor AIF’s die uitsluitend worden aangeboden aan professionele beleggers. Deze uitzondering geldt nadrukkelijk niet voor UCITS-fondsen of AIF’s die (ook) openstaan voor retailbeleggers.
- Toelating van overheidsobligaties
Staatsobligaties telden in het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie niet mee voor de vereiste 70%-grens binnen de Transitiecategorie. De Raad staat nu toe dat obligaties van EU-lidstaten voor maximaal 15% mogen meetellen, mits de beheerder kan aantonen dat de belegging bijdraagt aan transitiedoelen. Staatsobligaties van buiten de EU zijn hiervan uitgesloten. Deze aanpassing is met name interessant voor verzekeraars en pensioenfondsen die veel beleggen in staatsobligaties.
- Fasering en implementatietermijn
De Raad stelt voor dat fondsen maximaal drie jaar krijgen voor de opbouw van beleggingsportefeuilles in lijn met de drempel van 70% (categorieën Transitie en Duurzaam). Daarnaast stelt de Raad voor om de implementatietermijn na de definitieve inwerkingtreding van de SFDR 2.0 te verlengen van 18 naar 24 maanden. Bovendien eist de Raad dat de gedetailleerde technische uitwerkingsregels (Level 2-templates) tegelijk met de hoofdverordening van kracht worden.
Volgende stappen
Het voorstel is geen definitieve wetgeving, maar vormt de inzet van de Raad voor onderhandelingen met de Europese Commissie en het Europees Parlement. Het Europees Parlement moet deze zomer haar standpunt bepalen. De onderhandelingen starten naar verwachting in het vierde kwartaal van 2026. Gezien de voorgestelde overgangstermijn van 24 maanden is de verwachting dat SFDR 2.0 op zijn vroegst medio tot eind 2029 van kracht zal worden.
Wat kunnen of moeten beleggers nu al doen?
Financiële marktpartijen moeten:
- Blijven voldoen aan het huidige SFDR-regime, dat van kracht blijft totdat SFDR 2.0 is afgerond en van toepassing is;
- Beginnen met de voorbereiding op de nieuwe productcategorieën door te bepalen in welke categorieën producten vallen, door mogelijke lacunes te identificeren en blootstelling aan toekomstige uitsluitingen te vermijden;
- De praktische implicaties van de voorstellen van de Raad met betrekking tot de fasering en implementatietermijnen, PAI-indicatoren en de vereiste data voor specifieke producten beoordelen;
- De belangrijkste meningsverschillen tussen de Raad en het Parlement in de gaten houden, met name over de behandeling van fossiele brandstoffen en de AIF-opt-out, die waarschijnlijk centrale thema’s zijn in de onderhandelingen.
Bronnen:
- Raad bepaalt standpunt over eenvoudigere transparantieregels voor duurzame financiële producten, Europese Raad, 24 juni 2026.
- Council agrees negotiating mandate for SFDR 2.0, Morrison Forster, 29 juni 2026.
- SFDR 2.0 – Council of the EU negotiating position: Broadly welcome changes, but will they survive trilogue?, Travers Smith, 29 juni 2026.



