ESG Support https://www.esgsupport.nl/ ondersteunt financiële instellingen met het oplossen van ESG-vraagstukken Wed, 07 Dec 2022 09:02:32 +0000 nl hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.1.1 https://www.esgsupport.nl/wp-content/uploads/2022/01/cropped-favicon-ESG-Support-32x32.png ESG Support https://www.esgsupport.nl/ 32 32 EFRAG keurt ontwerp-Europese standaarden voor duurzaamheidsverslaglegging (ESRS) goed https://www.esgsupport.nl/2022/11/15/efrag-keurt-ontwerp-europese-standaarden-voor-duurzaamheidsverslaglegging-esrs-goed/ Tue, 15 Nov 2022 18:04:53 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=631 Op 15 november 2022 keurde de EFRAG Sustainability Reporting Board in totaal 12 ontwerpen van European Sustainability Reporting Standards (ESRS) goed, waaronder 2 algemene, 5 milieu-, 4 sociale en 1 governance ontwerp. Daarnaast werd een kosten-batenanalyse voor de ESRS goedgekeurd. Op basis van deze analyse en feedback van een openbare raadpleging is het aantal rapportagevereisten teruggebracht van 136 naar 84 en is het aantal kwantitatieve en kwalitatieve datapunten teruggebracht van 2.161 naar 1.144 (vergeleken met de concept-ESRS van april 2022).

Over EFRAG, ESRS, CSRD en NFRD

De European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) is door de Europese Commissie gevraagd om mee te werken aan de ontwikkeling van European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Op 29 april 2022 lanceerde de EFRAG een openbare raadpleging over de ontwerp-ESRS. De ESRS biedt rapportagestandaarden voor de EU Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). De CSRD zal de Non Financial Reporting Directive (NFRD) vervangen. De CSRD is bedoeld om bedrijven te helpen bij het verstrekken van informatie die beleggers nodig hebben om te voldoen aan de Sustainable Financial Disclosure Regulation (SFDR). De NFRD heeft betrekking op 12.000 bedrijven. De CSRD heeft betrekking op meer dan 50.000 bedrijven.

Kosten-batenanalyse en consultatie leiden tot grondige herziening van ontwerpstandaarden

De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vereist dat het advies van EFRAG vergezeld gaat van een kosten-batenanalyse. Administratieve en ‘assurance’ kosten zijn geschat voor verschillende groepen bedrijven vanuit verschillende perspectieven, zoals sectoren, bedrijfsgrootte, land van het hoofdkantoor, gebruik van raamwerken en niveau van ‘assurance’. Ook werd rekening gehouden met de feedback van de openbare raadpleging (consultatie) over de concept-ESRS uit april 2022.

Deze feedback heeft de EFRAG ertoe gebracht de voorstellen grondig te herzien en te stroomlijnen waaronder:

  • Het definitieve voorstel weerspiegelt een grotere reikwijdte van de materialiteitsbeoordeling, waardoor de last van het moeten rechtvaardigen en uitleggen van het weglaten van specifieke informatie wordt weggenomen;
  • Het aantal rapportagevereisten is teruggebracht van 136 naar 84 en het aantal kwantitatieve en kwalitatieve datapunten is teruggebracht van 2.161 naar 1.144. Besloten is om een ​​aantal vereisten te verplaatsen naar toekomstige, sectorspecifieke standaarden of te schrappen vanwege te hoge kosten;
  • Een van de oorspronkelijke 13 standaarden (ED ESRS G1) is geschrapt als gevolg van de nauwere focus op governance in de concepttekst die in juni 2022 is gepubliceerd;
  • De benadering van de waardeketen is verduidelijkt en gericht op materialiteit van de waardeketeninformatie;
  • Voor informatie over de waardeketen is een geleidelijke invoering van drie jaar opgenomen in lijn met overeenkomstige bepalingen in de CSRD;
  • Voor een aantal rapportagevereisten is een geleidelijke invoering van één naar drie jaar ingevoerd.

Volgende stappen

De verwachting is dat de ESRS medio 2023 door de Europese Commissie worden aangenomen, 6 maanden voordat de eerste rapportageronde van de CSRD begint. Zodra de bijgewerkte standaarden officieel zijn ingediend, zal de Commissie de ESRS controleren om er zeker van te zijn dat ze in overeenstemming zijn met de CSRD en het bredere EU-regelgevingskader. De Commissie zal ook overleg plegen met de 3 Europese toezichthoudende autoriteiten (ESA’s), EU-agentschappen en de expertgroep duurzame financiering voordat zij in het voorjaar van 2023 de definitieve ESRS voor feedback van belanghebbenden (consultatie) publiceert. In afwachting van die feedback zullen de ESRS tegen de zomer van 2023 worden goedgekeurd.

Bronnen

]]>
Morningstar meldt meer SFDR upgrades dan downgrades in derde kwartaal van 2022 https://www.esgsupport.nl/2022/11/06/morningstar-meldt-meer-sfdr-upgrades-dan-downgrades-in-derde-kwartaal-van-2022/ Sun, 06 Nov 2022 13:23:31 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=622 Sinds de invoering van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) in maart 2021, zijn vermogensbeheerders verplicht om fondsen die ze in de Europese Unie aanbieden, te classificeren als grijs (Artikel 6), lichtgroen (Artikel 8) of donkergroen (Artikel 9). Vermogensbeheerders kunnen deze classificatie tussentijds wijzigen. Morningstar meldt in haar SFDR update over Q3 2022 meer SFDR upgrades dan downgrades van fondsen.

Artikel 8 en Artikel 9 fondsen hebben inmiddels meer dan 50% marktaandeel

Artikel 8 en 9 fondsen waren in het derde kwartaal van 2022 goed 53,5% het beheerd vermogen, waarvan 48,3% Artikel 8 fondsen en 5,2% Artikel 9 fondsen. Het vermogen van Artikel 8 en 9 fondsen bedroeg eind september EUR 4,30 biljoen (+3%), tegenover EUR 4,19 biljoen eind juni. Het vermogen van Artikel 6 fondsen daalde met bijna 7% (EUR 270 miljard) in deze periode.

Alleen groenste SFDR fondsen weten nieuw geld op te halen

Ondanks de netto-uitstroom en dalende koersen, stegen Artikel 8 en 9 fondsen met bijna 3% in het derde kwartaal van 2022. Deze stijging kwam door de lancering van 189 nieuwe Artikel 8 en 9 fondsen en door 342 fondsen waarvan de classificatie is gewijzigd van Artikel 6 in Artikel 8 of 9. Ondertussen bleven beleggers nieuw geld stoppen in Artikel 9 fondsen. In het derde kwartaal noteerden die een netto-instroom van EUR 12,6 miljard, ruim het dubbele van de EUR 6 miljard die er in het tweede kwartaal van 2022 bijkwam.

Meer upgrades dan downgrades

Ook in het derde kwartaal van 2022 zijn vermogensbeheerders doorgegaan met het upgraden van fondsen door ESG-integratieprocessen te verbeteren, bindende ESG-criteria toe te voegen (inclusief CO2-reductiedoelstellingen) of in sommige gevallen het mandaat van de strategie volledig te wijzigen.

In het tweede kwartaal van 2022 veranderde de SFDR-status van 713 fondsen. Terwijl de overgrote meerderheid werd opgewaardeerd van Artikel 6 naar 8, werden 16 fondsen verlaagd van Artikel 9 naar 8.

In het derde kwartaal van 2022 is de SFDR-status van 383 fondsen gewijzigd. Daarvan waren er 342 een upgrade. Daarvan gingen er 315 omhoog van Artikel 6 naar Artikel 8. Zeven werden er opgewaardeerd van Artikel 6 naar Artikel 9 en 20 fondsen maakten de stap van 8 naar 9.

Downgrades kwamen ook voor in het derde kwartaal: 41 fondsen werden gedowngraded van Artikel 9 naar 8. AXA Investment Management, dat de afgelopen maanden 21 fondsen heeft verlaagd van Artikel 9 naar Artikel 8 en aankondigde om er nog eens 24 te verlagen, stelde dat “SFDR II niveau een striktere interpretatie van de criteria van Artikel 9 vereist. Hoewel het begrip duurzaam beleggen nog steeds onderhevig is aan verschillende interpretaties en er tot dusver geen richtlijnen zijn gegeven door de Europese regelgever, hebben we de proactieve beslissing genomen om vooruit te lopen op de implementatie van SFDR Level II door de classificatie van onze producten te herzien.”

In het licht van deze ontwikkelingen verwacht Morningstar dat meer Artikel 9 fondsen in de komende maanden worden gedowngraded naar Artikel 8.

Bronnen:

]]>
Masterclass ESG voor actuarissen op 22 september 2022 https://www.esgsupport.nl/2022/10/17/masterclass-esg-voor-actuarissen-op-22-september/ Mon, 17 Oct 2022 15:29:06 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=607 Op 22 september 2022 gaf Bas Knol namens Probability & Partners een online Masterclass ESG van 2 uur. Deze Masterclass ESG maakte deel uit van de Summerschool 2022 van Het Actuarieel Instituut, het opleidingsinstituut van het Koninklijk Actuarieel Genootschap. Het doel van de Masterclass ESG was kennis over ESG, ESG risico’s en ESG wetgeving op te doen om deze kennis toe te passen in het werk van actuarissen. Aan de Masterclass namen meer dan 40 actuarissen deel.

Programma Masterclass ESG

Van ondernemingen wordt steeds meer verwacht als het gaat om maatschappelijk verantwoord ondernemen en beleggen. Ook nemen ambities op dit gebied toe, bijvoorbeeld doordat ondernemingen zich committeren aan het Klimaatakkoord van Parijs of de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Tenslotte is er veel nieuwe wetgeving op Environmental, Social en Governance (ESG) gebied. Denk hierbij aan de Europese Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR), Taxonomy Regulation en Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).

Tijdens de Masterclass ESG werd antwoord gegeven op de volgende vragen:

  • Wat is maatschappelijk verantwoord beleggen (MVB) en ESG?
  • Waarom en hoe wordt er maatschappelijk verantwoord belegd en in welke mate?
  • Wat zijn ESG trends en ontwikkelingen op het gebied van ESG?
  • Wat is de relatie tussen ESG en performance?
  • Met welke ESG wet en regelgeving hebben en krijgen ondernemingen en financiële instellingen te maken?
  • Wat zijn belangrijke ESG risico’s? Case study
  • Wat zijn kansen voor actuarissen op het gebied van ESG?

Over de docent Bas Knol

Bas Knol, ESG Consultant, heeft meer dan 30 jaar gewerkt voor vermogensbeheerders, pensioenfondsen, banken en verzekeraars. Vanaf 2014 richt hij zich op de oplossing van ESG-vraagstukken. Zo helpt hij financiële instellingen ESG wetgeving na te leven en met de aanscherping en implementatie van hun ESG beleid. Als oprichter van ESG Support werkt Bas nauw samen met andere adviesbureaus zoals Probability & Partners. Bas is register beleggingsanalist (RBA), register pensioenbestuurder (RPB), afgestudeerd organisatiesocioloog en gecertificeerd privacy professional.

Over het Actuarieel Instituut

Het Actuarieel Instituut (AI) is een stichting die deeltijd beroepsopleidingen, leergangen, masterclasses, webinars en trainingen ontwikkelt voor en aanbiedt aan actuariële en financiële professionals, werkzaam in o.a. de verzekerings-, pensioen- en bankensector en financiële consultancy.

Het Actuarieel Instituut heeft het NRTO-keurmerk. Dit keurmerk is een onafhankelijke erkenning voor kwaliteit en professionaliteit in de private opleidingenmarkt en wordt afgegeven door de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO), de brancheorganisatie voor trainen en opleiden.

Meer informatie over het Actuarieel Instituut vindt u hier.

]]>
Ronde tafel bijeenkomst Financial Investigator over ESG integratie https://www.esgsupport.nl/2022/10/15/ronde-tafel-esg-integratie/ Sat, 15 Oct 2022 11:09:29 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=595 Hoe beoordeel je de kwaliteit van ESG-integratie door een asset manager? En is het resultaat van ESG-beleid en ESG-doelstellingen eenvoudig meetbaar? Financial Investigator organiseerde in juli 2022 een ronde tafel bijeenkomst om deze en andere vragen te bespreken. De volgende 6 experts namen onder voorzitterschap van Pim Poppe (Probability & Partners) deel aan deze bijeenkomst: Thomas Kieselstein (Quoniam Asset Management), Madeleine King (Legal & General Investment Management), Narina Mnatsakanian (Van Lanschot Kempen), Hannah Simons (Schroders), Masja Zandbergen (Robeco) en Bas Knol (ESG Support).

Tijdens de ronde tafel bijeenkomst kwamen de volgende onderwerpen en vragen aan de orde:

ESG doelstellingen

  • Welke specifieke doelstellingen wil je organisatie behalen met ESG-beleid?

Bas Knol: ‘De gemene deler van het ESG-beleid van de klanten die ik heb geholpen bestaat veelal uit drie doelstellingen: het verbeteren van het risico-rendementsprofiel door onder meer ESG-integratie, het minimaliseren van de negatieve impact door uitsluiting en het maximaliseren van de positieve impact door impact investing.’

  • Welke regelgeving zal het meest bijdragen aan een betere wereld?

Knol: ‘Het Sustainable Finance Action Plan is onderdeel van de Europese Green Deal. Daar is ongeveer een biljoen euro mee gemoeid. Daarom verwacht ik dat de EU-verordening het meest zal bijdragen aan een betere wereld.’

  • Bestaat er geen behoefte aan een soort onafhankelijke rapportage over ESG-doelstellingen?

Perspectief van de asset owner

  • Hoe rapporteer je effectief over ESG?
  • Hoe beoordeel je de kwaliteit van de ESG-integratie door een manager?

Knol: ‘Ik heb voor een klant een raamwerk ontwikkeld voor het beoordelen van de kwaliteit van ESG-integratie door vermogensbeheerders. Als je het hebt over ESG-integratie, dan is dat voor elk product en elke beleggingscategorie anders. Op productniveau hebben we onder meer bekeken in welke fasen van het beleggingsproces ESG-factoren zijn geïntegreerd. We hebben gekeken naar rapportages en leveranciers van ESG-gegevens die een manager gebruikt. En ook naar de uitgaven, want dat zegt iets over hoe belangrijk de manager ESG-integratie vindt. Tot slot hebben we de ESG-doelstellingen van deze producten en managers onderzocht. Op basis van al deze factoren is een ESG-scorecard gegenereerd, zowel op managerniveau als op productniveau. Asset owners kunnen op basis van de scorekaarten de managers selecteren die het beste bij hen passen.’

  • Is het resultaat van ESG-beleid en ESG-doelstellingen gemakkelijk meetbaar?
  • Is het zinvol om twee benaderingen te hebben: je eigen interne aanpak en een externe?

Implementatie van ESG en wet- en regelgeving

  • Hoe ver is je organisatie gevorderd met de implementatie van de SFDR en de EU Taxonomie?
  • Welke ESG-regelgeving vormt de grootste uitdaging en welke kost de meeste tijd om uit te voeren?

ESG integratie in het beleggingsproces

  • Welke stappen acht je het belangrijkst om ESG succesvol in het beleggingsproces te integreren?
  • Wat is de relatie tussen beleggingsovertuigingen en ESG-doelstellingen en hoe worden deze in het beleggingsproces verwerkt?
  • Welke regelgeving zal naar verwachting tot arbitrage leiden? Hoe en met welke gevolgen?

Bas Knol: ‘In de praktijk is er al sprake van arbitrage. Een bank in de Verenigde Staten kreeg bijvoorbeeld een boete van $ 1,5 miljoen omdat zij ten onrechte had beweerd dat alle beleggingen ESG-gerelateerd waren. Ik heb ook gekeken naar Europese boetes. Handelingen die in strijd zijn met de SFDR en de Taxonomieverordening kunnen volgens het ‘Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten’ bestraft worden met boetes die kunnen oplopen tot 5% van de netto-omzet en € 20 miljoen.’

  • Hoe verwacht je dat de belangrijkste negatieve factoren, de Principle Adverse Impacts (PAIs), de ESG-integratiebenadering zullen beïnvloeden?
  • Verwacht je dat er een trend zal ontstaan van eigen ESG-scores die door asset managers of asset owners worden ontwikkeld en die in beleggingen worden geïntegreerd, in plaats van standaard ESG-ratings van de dataleveranciers?

Knol: ‘Uit een onderzoek van Square Well Partners uit maart 2021 blijkt dat dertig van de vijftig grootste vermogensbeheerders in de wereld hun eigen ESG-score hebben ontwikkeld. Dat vond ik een interessant gegeven, net als het feit dat twintig vermogensbeheerders meer dan vier externe ESG-ratingbureaus gebruiken. De eigen ESG-score is dus waarschijnlijk mede gebaseerd op de input van andere organisaties.’

Het artikel over deze ronde tafel van Hans Amesz verscheen in Financial Investigator, jaargang 14, Nummer 6, 2022. Lees het volledige artikel op de website van Financial Investigator.

]]>
Europese toezichthouders pleiten voor minder complexe standaarden voor duurzaamheidsrapportages (ESRS) https://www.esgsupport.nl/2022/08/16/europese-toezichthouders-waarschuwen-voor-minder-complexe-standaarden-voor-duurzaamheidsrapportages-esrs/ Tue, 16 Aug 2022 17:31:04 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=584 Op 8 augustus 2022 sloot de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) een openbare raadpleging over conceptstandaarden voor Europese duurzaamheidsrapportages (ESRS) af. Europese toezichthouders en andere betrokkenen pleiten in hun reacties voor minder complexe standaarden en meer aansluiting op internationale standaarden.

Artikel in het kort:

  • EFRAG ontving meer dan 750 reacties;
  • Toezichthouders en andere betrokkenen pleiten voor minder complexe rapportagestandaarden en aansluiting op internationale standaarden;
  • Advies tegen ‘weerlegbaar vermoeden’ dat bedrijven ontslaat van rapportageverplichtingen;
  • Volgende stappen.

Over ESRD, CSRD, NFRD en SFRD

EFRAG is door de Europese Commissie gevraagd te helpen bij de ontwikkeling van European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Op 29 april 2022 lanceerde EFRAG een openbare raadpleging over de concept ESRS. De ESRS levert rapportagestandaarden voor de EU-richtlijn Corporate Sustainability Reporting (CSRD). De CSRD zal de Non-Financial Reporting Directive (NFRD) vervangen. De CSRD is bedoeld ondernemingen te helpen informatie te verstrekken die beleggers nodig hebben om te voldoen aan de Sustainable Financial Disclosure Regulation (SFRD). Onder de NFRD vallen 12.000 ondernemingen. Onder de CSRD vallen meer dan 50.000 ondernemingen.

EFRAG ontving meer dan 750 reacties

EFRAG heeft meer dan 750 reacties ontvangen van onder meer ondernemingen binnen en buiten de EU, overheidsinstanties en toezichthouders (waaronder AFM, EBA en ESMA), instituten voor standaardisatie (waaronder de Raad voor de Jaarverslaggeving), banken, vermogensbeheerders (waardonder Norges Bank Investment Management), instellingen (waaronder Eumedion) en Europese burgers. Alle reacties zijn te vinden op de website van EFRAG.

Toezichthouders en andere betrokkenen pleiten voor minder complexe rapportagestandaarden en aansluiting op internationale standaarden

De European Securities and Markets Authority (ESMA) en de European Banking Authority (EBA) hebben beide dezelfde waarschuwingen geuit in hun reacties. Ze steunen de grote lijnen in de concept ESRS, waaronder het rapporteren volgens ‘dubbele materialiteit’. Dubbele materialiteit is de ‘materiële’ impact van een onderneming op de buitenwereld en vice versa. Echter, beide dringen bij EFRAG aan op betere aansluiting op duurzaamheidsstandaarden van de International Sustainability Standards Board (ISSB). Deze standaarden zijn onder mandaat van de IFRS ontwikkeld en gebaseerd op minder complexe standaarden van de Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD).

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) maakt zich ook zorgen over de gebrekkige afstemming van de ESRS op ISSB-standaarden wat betreft financiële materialiteit en algemene en klimaatgerelateerde toelichtingen en op de veelgebruikte Global Reporting Initiative (GRI) standaarden. AFM moedigt EFRAG aan alles in het werk te stellen om afwijkingen van IFRS en GRI standaarden tot een minimum te beperken.

EFRAG werkt de standaarden uitvoerig uit in 11 aparte duurzaamheidsthema’s. Dat zijn naast milieu-gerelateerde thema’s ook thema’s op sociaal en governance-vlak. De AFM maakt zich zorgen over de omvang en complexiteit van de EFRAG-standaarden en stelt voor het detailniveau te verminderen, zonder dat dit ten koste gaat van de relevantie en vergelijkbaarheid.

Ook beveelt AFM aan de ESRS af te stemmen op definities van ‘supply chain’ en ‘business relations’ in het kader van de de Corporate Sustainability Due Diligence-richtlijn (CSDDD). Met deze richtlijn worden negatieve effecten op mensenrechten en het milieu in waardeketens van ondernemingen aangepakt.

Eumedion ziet eveneens mogelijkheden voor internationale harmonisatie van standaarden voor duurzaamheidsrapportages, met name ten aanzien van de ISSB rapportagestandaarden voor duurzaamheid. Eumedion roept EFRAG op deze ISSB-standaarden als baseline in de ESRS te integreren.

De Raad voor de Jaarverslaggeving vindt de ESRS veel te uitgebreid en pleit ervoor in eerste instantie een beperktere aanpak te kiezen om bedrijven de tijd te geven duurzaamheidsverslaggeving in de organisatie te laten landen.

Norges Bank Investment Management (NBIM), dat de activa beheert van het Noorse staatsinvesteringsfonds van $ 1,3 biljoen, dringt ook aan op betere afsteming op IFRS en GRI standaarden. NBIM meent dat er met kleine aanpassingen in de rapportagevereisten voor Scope 3 broeikasgasemissies een betere afstemming met ISSB klimaatstandaarden kan worden bereikt.

Advies tegen ‘weerlegbaar vermoeden’ dat bedrijven ontslaat van rapportageverplichtingen

ESMA, EBA en Insurance Europe samen met CFO Forum zijn tegen het principe van ‘weerlegbaar vermoeden’ (‘rebuttable presumption’). Dat is een bepaling in de ESRS die ondernemingen ontslaat van rapportageverplichtingen wanneer bepaalde informatie niet materieel is. Deze ontsnappingsclausule kan ondernemingen stimuleren de ESRS te interpreteren als een menu van rapportagevereisten waaruit naar believen kan worden gekozen.

Volgende stappen

EFRAG zal op basis van de reacties de concept ESRS aanpassen en naar verwachting de definitieve concept ESRS in november 2022 aan de Europese Commissie voorleggen.

Bronnen:

]]>
Grote verschillen in naleving SFDR – Good and bad practices https://www.esgsupport.nl/2022/07/29/grote-verschillen-in-naleving-sfdr/ Fri, 29 Jul 2022 18:30:34 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=575 Volgens artikel 4 van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) moeten financiële marktpartijen vanaf 2023 publiceren over ‘ongunstige effecten op duurzaamheid’ op entiteitsniveau. Een aantal financiële marktpartijen doet dit nu al vrijwillig. Het comité van de 3 Europese toezichthouders (EBA, EIOPA en ESMA) laat in een rapport van 28 juli 2022 zien dat er grote verschillen tussen financiële marktpartijen bestaan. Het rapport bevat ook ‘best and bad practices’.

Dit artikel geeft antwoord op de volgende vragen:

  • Wat moeten financiële marktpartijen volgens artikel 4 van de SFDR doen?
  • Wat hebben financiële marktpartijen volgens artikel 4 van de SFDR tot nu toe gedaan?
  • Wat zijn ‘best and bad practices’ van vrijwillige publicaties?

Wat moeten financiële marktpartijen volgens artikel 4 van de SFDR doen?

Financiële marktpartijen moeten in een verklaring op hun website beschrijven of en hoe zij de “ongunstigste effecten op duurzaamheid” (principle adverse impacts, PAI’s) van hun beleggingen in aanmerking nemen (‘due diligence proces). Als marktpartijen hier niet voor kiezen, dan moeten zij met duidelijke redenen omschrijven waarom dit niet gebeurt (‘comply or explain’).

Dit betekent dat een instelling ongunstige effecten moet gaan meten, prioriteren, actie ondernemen en hierover rapporteren. De SFDR heeft voor het meten technische standaarden voorgeschreven. Volgens deze standaarden moet jaarlijks op entiteitsniveau worden gerapporteerd over 18 verplichte indicatoren van ongunstige effecten en minimaal 2 van 46 vrijwillige indicatoren. Voorbeelden van indicatoren zijn CO2-emissies en de carbon footprint van ondernemingen waarin wordt belegd, locaties in de buurt van biodiversiteit-gevoelige gebieden, gevaarlijk afval, mensenrechtenschendingen en genderdiversiteit. Bij actie ondernemen kan worden gedacht aan het stemmen op aandeelhoudersvergaderingen, engagement, het onder of overwegen of zelfs uitsluiten van beleggingen.

Wat hebben financiële marktpartijen volgens artikel 4 van de SFDR tot nu toe gedaan?

De mate van naleving verschilt aanzienlijk tussen (33) respondenten. Over het algemeen zijn de eerste publicaties niet erg gedetailleerd. Dit zal naar verwachting in 2023 veranderen in publicaties over de rapportageperiode 2022 zodra de gedelegeerde verordening van de SFDR van kracht is.

Er wordt over het algemeen weinig gepubliceerd over de afstemming op de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. Waar dit wel wordt gedaan, gebeurt dit vaak ik vage bewoordingen.

Wanneer financiële marktpartijen geen rekening houden met ‘ongunstigste effecten op duurzaamheid’ van hun beleggingen, ontbreken details om uit te leggen waarom.

Wat zijn ‘best and bad practices’ van vrijwillige publicaties?

‘Best practices’ zijn partijen die artikel 4 tot in detail hebben nageleefd:

  • In het ‘due diligence proces’ wordt duidelijk beschreven hoe ongunstige effecten worden gemeten, geprioriteerd en welke actie wordt ondernomen (stemmen, engagement, uitsluiten). Ook de methodologie en data die worden gebruikt voor de beoordeling van elke PAI worden in de verklaring beschreven. Daarnaast wordt er verwezen naar internationale standaarden die een partij hanteert.
  • De verklaring bevat geloofwaardige CO2 reductiedoelstellingen (upstream en downstream) inclusief schaal en planning in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs.

‘Bad practices’ zijn:

  • Partijen die zich er op beroepen dat indicatoren nog niet definitief zijn of dat er onvoldoende data voorhanden zijn en daarom (nog) geen ‘ongunstigste effecten op duurzaamheid’ van hun beleggingen in aanmerking nemen (‘comply or explain’). Hier wordt voorbij gegaan aan de mogelijkheid gebruik te maken van data die wel voorhanden zijn of gebruik te maken van schattingen. Ook wordt niet aangegeven vanaf wanneer wel ‘ongunstigste effecten op duurzaamheid’ van hun beleggingen in aanmerking worden genoemen.
  • Partijen die verklaren (nog) geen ‘ongunstigste effecten op duurzaamheid’ van hun beleggingen in aanmerking te nemen, maar in dezelfde verklaring elementen over de integratie van ESG-risico’s of naleving van internationale codes en standaarden opnemen. Voor beleggers is dit misleidend omdat deze elementen en codes niet relevant zijn voor een artikel 4 verklaring.
  • Partijen die verklaren bij beleggingsbeslissingen de impact van een onderneming op ESG risico’s mee te nemen. Een verklaring onder artikel 4 mag alleen overwegingen over ‘ongunstigste effecten op duurzaamheid’ bevatten en geen ESG risico’s.

Bronnen:

]]>
Averechts effect EU Taxonomie op publieke en ontwikkelingsbanken https://www.esgsupport.nl/2022/07/29/averechts-effect-eu-taxonomie-op-publieke-en-ontwikkelingsbanken/ Fri, 29 Jul 2022 09:29:05 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=572 Financiële instellingen moeten op basis van de EU Taxonomie rapporteren hoe duurzaam hun beleggingen zijn. Voor ‘publieke’ banken en ontwikkelingsbanken heeft de EU Taxonomie echter een averechts effect. Door de huidige methodologie worden zij minder duurzaam afgeschilderd dan ze daadwerkelijk zijn. En dat kan natuurlijk niet de bedoeling van de Europese Commissie zijn. Wilke de Boer van NWB Bank en Jim Bredemus van FMO vertellen er meer over in Wereld Online van de Nederlandse Vereniging van Banken.

De Boer (NWB Bank): “De NWB Bank is een promotional bank, wat inhoudt dat wij onze klanten middels financiering helpen om hun maatschappelijke doelen te realiseren. Dit klinkt misschien wat abstract, maar wij financieren in principe alles waar de Nederlandse samenleving baat bij heeft. Onze klanten zijn publieke organisaties, zoals waterschappen, woningcorporaties, gemeenten en zorginstellingen. De NWB Bank verstrekt leningen tegen relatief lage kosten en draagt op die manier bij aan een goed functionerende en kostenefficiënte publieke sector.”

Over de EU Taxonomie, NFRD en CSRD

De EU Taxonomie vereist dat banken een groene activa-ratio (Green Asset Ratio, GAR) rapporteren, het resultaat van groene investeringen (teller) / totale investeringen (noemer). De Non Financial Reporting Directive (NFRD) is een voorloper van de komende EU-richtlijn over duurzame verslaglegging (Corporate Sustainability Reporting Directive, CSRD). Op basis van deze richtlijn moeten EU ondernemingen rapporteren over duurzaamheid. Onder de NFRD vallen 12.000 ondernemingen en onder de CSRD vallen bijna 50.000 ondernemingen.

Lage Green Asset Ratio (GAR) door uitsluiten van ‘niet-NFRD exposures’ 

“Volgens de huidige methodologie van de EU-taxonomie moeten banken zogeheten ‘niet-NFRD exposures’ uitsluiten van de teller. Het overgrote deel van de portefeuille van een promotional bank bestaat uit klanten in de publieke sector die niet onder de NFRD hoeven te rapporteren. Dit betekent dat wij deze exposures niet kunnen opnemen in de teller voor onze GAR-berekening, hetgeen resulteert in een lage GAR (Green Asset Ratio).” aldus De Boer.

Bredemus (FMO): “FMO biedt financiering en adviesdiensten aan de private sector in opkomende markten om klimaatverandering aan te pakken, ongelijkheid te verminderen en de werkgelegenheid te stimuleren. In tegenstelling tot andere banken investeren wij alleen in landen met lage en middeninkomens buiten de EU. Wij zijn erop ingesteld om krediet- en landenrisico’s te nemen die commerciële partijen niet kunnen of willen nemen. Vanaf 2021 zijn wij actief in 83 landen in Afrika, Azië, Oost-Europa en Centraal-Azië, en Latijns-Amerika. Tegelijkertijd zijn we een bank met een volledige vergunning en onderworpen aan alle Europese regelgeving. Net als alle andere Europese banken zijn we verplicht om de Taxonomie toe te passen in onze rapportages”

Europese richtlijn stelt dezelfde NFRD rapportage-eisen aan beleggingen in ontwikkelingslanden

“Het grootste probleem voor FMO is dat wij, omdat onze activiteiten zich buiten de EU afspelen (en dus alle tegenpartijen die zich niet aan de NFRD houden), geen taxonomiegegevens van onze klanten ontvangen en dat deze gegevens niet op de markt kunnen worden gekocht. De richtlijn is, begrijpelijkerwijs, op de EU gericht en dat brengt ook uitdagingen met zich mee. Sommige van de taxonomiestandaarden, met name met betrekking tot ‘Do No Significant Harm’, verwijzen naar Europese richtlijnen die wettelijk niet van toepassing zijn in onze markten. In sommige van onze markten worden lokale taxonomieën ontwikkeld en de overgangstrajecten verschillen van die in Europa, maar de huidige taxonomie houdt daar geen rekening mee.” aldus Bredemus.

Publieke en ontwikkelingsbanken komen minder groen uit de verf

Samengevat komen publieke en ontwikkelingsbanken die als zeer duurzaam bekend staan door de methodologie van de Taxonomie (GAR-berekening en dezelfde hoge NFRD-rapportage-eisen aan beleggingen in ontwikkelingslanden buiten de EU) als minder groen uit de verf. En dat kan natuurlijk niet de bedoeling van de Europese Commissie zijn. Het is tijd om deze weeffouten recht te zetten.

Bron: Bank & taxonomie: wat zijn de ervaringen van een ‘publieke’ bank en een ontwikkelingsbank?

]]>
EFRAG publiceert concept standaarden voor duurzaamheidsverslaglegging (ESRS, CSRD) https://www.esgsupport.nl/2022/05/06/efrag-publiceert-concept-standaarden-voor-duurzaamheidsverslaglegging-esrs-csrd/ Fri, 06 May 2022 12:54:21 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=553 Op 29 april 2022 heeft de European Financial Reporting Advisory Group (#EFRAG) het eerste ontwerp van standaarden voor duurzaamheidsverslaglegging (European Sustainability Reporting Standards, #ESRS) gepubliceerd. Hierin staan regels voor bedrijven om te rapporteren over duurzaamheid (CSRD). Opvallend in het ontwerp zijn het dubbele materialiteitsbeginsel en het meenemen van duurzaamheidskwesties in de waardeketen.

Dit artikel beantwoord de volgende vragen:

  • Wat is de relatie tussen de ESRS, CSRD, NFRD en SFDR?
  • Wat moet er worden gerapporteerd?
  • Wat betekent het dubbele materialiteitsbeginsel?
  • Wat zijn duurzaamheidskwesties in de waardeketen?
  • Wat zijn de volgende stappen?

Wat is de relatie tussen de ESRS, CSRD, NFRD en SFDR?

In de ESRS staan regels voor grote en beursgenoteerde bedrijven om te rapporteren over duurzaamheid in het kader van de komende EU-richtlijn over duurzame verslaglegging (Corporate Sustainability Reporting Directive, #CSRD).

De CSRD is een aanscherping van de huidige EU richtlijn voor verslaglegging over niet financiële informatie (Non Financial Reporting Disclosure, #NFRD). Onder de NFRD vallen 12.000 bedrijven. Onder de CSRD vallen bijna 50.000 bedrijven.

Deze bedrijfsinformatie wordt straks ook door financiële instellingen gebruikt in hun rapportages in het kader van de informatieverordening over duurzaamheid in de financiële sector (Sustainable Finance Disclosure Regulation, #SFDR).

Wat moet er worden gerapporteerd?

De voorstellen van EFRAG zijn uitgebracht als ontwerpteksten (‘Exposure Drafts’, EDs) die ecologische, sociale en governance (ESG) thema’s bestrijken. Er zijn algemene sectoronafhankelijke ontwerpteksten, sectorspecifieke en bedrijfsspecifieke ontwerpteksten. De ontwerpteksten zijn beschreven in verschillende documenten op EFRAG’s website.

Er zijn 5 ecologische thema’s waaronder klimaatverandering, vervuiling, water en mariene hulpbronnen, biodiversiteit en ecosystemen, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en circulaire economie. Sociale thema’s (4) zijn eigen werknemers, werknemers in de waardeketen, getroffen gemeenschappen en consumenten en eindgebruikers. Governance thema’s (2) omvatten bestuur, risicobeheer en intern toezicht en ‘business conduct’.

Figuur 1: overzicht ESRS ontwerpteksten (‘Exposure Drafts, EDs’). 

Bedrijven die onder de regels vallen, moeten duurzaamheidsinformatie verschaffen over strategieën, bedrijfsmodellen, bestuur en organisatie, materialiteitsanalyses van duurzaamheidseffecten, kansen en risico’s, beleid, doelstellingen, actieplannen en prestaties. Bovendien moet deze informatie worden gecontroleerd door een onafhankelijke partij (‘assurance’).

Wat betekent het dubbele materialiteitsbeginsel?

Het ontwerp van de EFRAG vereist dat bedrijven duurzaamheidskwesties rapporteren op basis van het dubbele materialiteitsbeginsel. Bij dubbele materialiteit moeten bedrijven niet alleen openbaar maken hoe duurzaamheidskwesties hun eigen prestaties en positie beïnvloeden, maar ook over hun eigen impact op mens en milieu. Denk bijvoorbeeld aan de negatieve impact van hittestress en droogte op de oogst en omzet van een landbouwbedrijf en de negatieve impact van het gebruik van pesticiden en schaars water door dat landbouwbedrijf op de biodiversiteit.

Wat zijn duurzaamheidskwesties in de waardeketen?

De standaarden vereisen ook informatieverschaffing over duurzaamheidskwesties in de waardeketen. Zo staat in de ontwerptekst over klimaatverandering dat scope 3 emissies moeten worden gerapporteerd. Scope 3 emissies omvatten de CO2 uitstoot in de gehele levenscyclus van alle producten die een bedrijf koopt, vervaardigt (‘upstream’) en verkoopt (‘downstream’). Ook wordt gevraagd te rapporteren over duurzaamheidskwesties bij werknemers in de waardeketen, waaronder arbeidsomstandigheden, gelijke kansen en mensenrechtenkwesties zoals kinderarbeid en gedwongen werk. In totaal staan 17 rapportage-eisen in de ontwerptekst over klimaatverandering, waaronder beleid en doelstellingen om klimaatverandering te mitigeren en adapteren tot en met de financiële effecten van fysieke en transitierisico’s.

Wat zijn de volgende stappen?

Van 29 april tot 8 augustus 2022 is er een openbare consultatie van 100 dagen om feedback te krijgen over de inhoud van de ontwerpteksten, de prioritering en invoering. Naar verwachting worden in Q3 of Q4 2022 de definitieve standaarden (ESRS) aan de Europese Commissie voorgelegd. Na goedkeuring worden deze verwerkt in de CSRD.

Ondersteuning nodig op ESG-gebied?

Neem contact op met Bas Knol: 06 5203 4724, bas.knol@ESGsupport.nl

Bronnen

]]>
Krijgt de EU taxonomie de kleuren van een stoplicht (rood-oranje-groen)? https://www.esgsupport.nl/2022/04/05/krijgt-de-eu-taxonomie-de-kleuren-van-een-stoplicht-rood-oranje-groen/ Tue, 05 Apr 2022 11:34:49 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=539 Het ‘Platform on Sustainable Finance’ heeft eind maart 2022 het eindrapport ‘The Extended Environmental Taxonomy’ gepubliceerd. Hierin wordt geadviseerd de groene taxonomie uit te breiden tot vrijwel alle economische activiteiten met een oranje en rode taxonomie. Hierdoor wordt het voor beleggers duidelijk welke schadelijke (rode) activiteiten dringend moeten worden beëindigd en welke (oranje) activiteiten nog in een transitiefase zitten.

Dit artikel beantwoord de volgende vragen:

  • Waarom uitbreiding van de groene taxonomie?
  • Hoe ziet de uitgebreide taxonomie eruit?
  • Wat zijn de volgende stappen?

De Taxonomieverordening in het kort

De EU-taxonomie is een classificatiesysteem om economische activiteiten te identificeren die een substantiële bijdrage leveren aan ten minste 1 van 6 milieudoelstellingen. Tegelijkertijd mag een economische activiteit geen significante schade aanrichten (Do No Significant Harm, DNSH ) aan een van een andere milieudoelstelling en moet er worden voldaan aan minimale sociale waarborgen. Wordt aan deze criteria voldaan, dan mag een activiteit in lijn met de taxonomie (‘taxonomy-aligned’) of groen worden genoemd. Aanbieders van groene beleggingsproducten moeten onder meer het percentage groene beleggingen rapporteren.

Waarom uitbreiding van de groene taxonomie?

De Europese Commissie heeft aangegeven dat activiteiten die volgens de taxonomie niet-groen zijn niet noodzakelijkerwijs niet-duurzaam zijn. Het Platform wil een verkeerde interpretatie van ‘niet-groene activiteiten’ voorkomen en adviseert het taxonomiekader uit te breiden met nieuwe klassen. Daarnaast is het voor financiële marktpartijen, beleggers en consumenten goed om te zien welke beleggingen groen of juist schadelijk zijn.

Hoe ziet de uitgebreide taxonomie eruit?

Het rapport behandelt verschillende classificatiesystemen met voor en nadelen. Een classificatiesysteem op basis van de kleuren van een stoplicht wordt aanbevolen:

  • Rood (significant schadelijke bijdrage):
    • Altijd significant schadelijk – niet-duurzame activiteiten die niet kunnen worden verbeterd en waar een dringende exit vereist is. Denk bijvoorbeeld aan energieopwekking uit kolen.
    • Dringende transitie vereist – niet-duurzame activiteiten die in aanmerking kunnen komen voor taxonomie-erkende beleggingen als onderdeel van een transitieplan om significante schadelijke bijdragen te voorkomen of te verminderen.
  • Oranje (middelmatige bijdrage): activiteiten tussen significant schadelijke en substantiële bijdragen. Deze kunnen in aanmerking komen voor taxonomie-erkende beleggingen als onderdeel van een transitieplan. Denk bijvoorbeeld aan energieopwekking uit fossiel gas waarover nu veel discussie bestaat.
  • Groen (substantiële bijdrage): activiteiten die al zijn of worden opgenomen in de groene taxonomie en significant bijdragen aan 1 of meer milieudoelstellingen.

Daarnaast worden activiteiten met een lage milieubijdrage (Low Environmental Impact, LEnvI) onderscheiden die niet als rood, oranje of groen worden beschouwd. Een voorbeeld daarvan is onderwijs.

Figuur 1: visualisatie uitgebreide taxonomie (bron: Eindrapport ‘The Extended Environmental Taxonomy’, pagina 8, maart 2022).

Wat zijn de volgende stappen?

Hoewel het Platform geen tijdschema voor implementatie van de uitgebreide taxonomie heeft gepubliceerd, heeft het Platform een ‘voorloper’ geadviseerd op basis waarvan al in 2023 vrijwillig de uitgebreide taxonomie kan worden gebruikt.

Daarnaast heeft het Platform geadviseerd een aantal onderwerpen verder uit te werken zoals de grenzen tussen rode, oranje en groene activiteiten, welke activiteiten met een lage milieubijdrage (LEnvI) kunnen worden onderscheiden en hoe milieueffecten in de toeleveringsketen van bedrijven kunnen worden vastgelegd.

Ondersteuning nodig op ESG-gebied?

Neem contact op met Bas Knol: 06 5203 4724bas.knol@ESGsupport.nl

Bronnen:

]]>
Taxonomieverordening wordt uitgebreid met een sociale taxonomie https://www.esgsupport.nl/2022/03/04/eu-taxonomie-voor-investeringen-wordt-uitgebreid-met-een-sociale-taxonomie/ Fri, 04 Mar 2022 08:40:32 +0000 https://www.esgsupport.nl/?p=516 Op 28 februari 2022 heeft het EU Platform on Sustainable Finance (PSF) haar eindrapport gepubliceerd over de uitbreiding van de Taxonomieverordening met een sociale taxonomie. Op 28 februari 2022 is het eindrapport door een aantal auteurs toegelicht tijdens een webinar. Voordat de sociale taxonomie een feit is, moet er nog veel gebeuren. Bedrijven en aanbieders van duurzame beleggingsproducten kunnen zich nu al voorbereiden.

Dit artikel beantwoordt de volgende vragen:

  • Wat is het doel van de sociale taxonomie?
  • Hoe ziet de voorgestelde structuur voor de sociale taxonomie eruit (wat zijn de sociale doelstellingen, typen substantiële bijdragen, DNSH criteria en minimale waarborgen)?
  • Wat zijn de verschillen tussen de sociale en groene taxonomie?
  • Wat zijn de volgende stappen?
  • Wat kunnen bedrijven en aanbieders van duurzame beleggingsproducten nu al doen?

Wat is het doel van de sociale taxonomie?

Het doel van de sociale taxonomie is duidelijker te definiëren wat wel en niet een sociale investering is en welke economische activiteiten substantieel bijdragen aan het bereiken van sociale doelstellingen. Aanbieders van lichtgroene (SFDR, artikel 8 / Taxonomieverordening, artikel 6) en donkergroene (SFDR, artikel 9 / Taxonomieverordening, artikel 5) beleggingsproducten kunnen op basis hiervan de mate waarin investeringen in lijn zijn met de sociale taxonomie rapporteren. Net als de groene taxonomie is de sociale taxonomie een hulpmiddel voor beleggers bij het kiezen van duurzame beleggingen.

Hoe ziet de voorgestelde structuur voor de sociale taxonomie eruit?

Naar aanleiding van feedback op het conceptrapport uit juli 2021, waaronder toegenomen administratieve lasten voor bedrijven, heeft het PSF de structuur van de voorgestelde sociale taxonomie beter afgestemd op de bestaande groene taxonomie. Daarnaast heeft het PSF een structuur met een verticale dimensie (producten & diensten voor basisbehoeften) en een horizontale dimensie (respecteren van mensenrechten) losgelaten vanwege de complexiteit.

De voorgestelde structuur bevat:

  1. Sociale doelstellingen;
  2. Verschillende typen substantiële bijdragen;
  3. Criteria voor “geen significante schade aanrichten” (do no significant harm, DNSH);
  4. Minimale waarborgen
1. Wat zijn de sociale doelstellingen?

Er zijn 3 sociale doelstellingen met subdoelstellingen:

  • Fatsoenlijk werk inclusief werknemers in de waardeketen van bedrijven.
    • Subdoelstellingen: leefbaar loon, gezondheid en veiligheid, permanente educatie;
  • Adequate levensstandaard en welzijn voor ‘eindgebruikers’ van producten en diensten.
    • Subdoelstellingen: gezondheidszorg, sociale woningbouw, langdurige zorg, educatie;
  • Inclusieve en duurzame gemeenschappen en samenlevingen.
    • Subdoelstellingen: toegang tot basis infrastructuur (openbaar vervoer, elektriciteit, water, telecommunicatie, financiële diensten, kinderopvang), inclusie van mensen met een handicap.
2. Welke typen substantiële bijdragen zijn er?

Voor elke doelstelling zijn er 2 typen substantiële bijdragen:

  1. Voorkomen en adresseren van de negatieve impact. Het gaat hier om activiteiten in sectoren met grote sociale risico’s, zoals sectoren die door de energietransitie worden geraakt en sectoren waar werknemers worden onderbetaald. Bijscholing respectievelijk een leefbaar loon kunnen hier soelaas bieden.
  2. Vergroten van de positieve impact. Het gaat hier bijvoorbeeld om activiteiten die de toegang tot basisbehoeften (huisvesting, water, voedsel, gezondheidszorg, onderwijs) vergroten.
3. Wat zijn de DNSH criteria?

Net als bij de groene taxonomie waar een bijdrage aan een milieudoelstelling geen schade mag berokkenen aan andere milieudoelstellingen (do no significant harm, DNSH), mag een bijdrage aan een sociale doelstelling geen schade berokkenen aan andere sociale doelstellingen. Zo mag bijvoorbeeld sociale woningbouw niet gepaard gaan met bouwvakkers die worden onderbetaald en werken in een onveilige werkomgeving.

4. Wat zijn de minimale waarborgen?

Wat betreft minimale waarborgen is het PSF door de Europese Commissie gevraagd afzonderlijk te adviseren over hoe artikel 18 van de Taxonomieverordening in de praktijk werkt. Artikel 18 vereist dat bedrijven die ecologisch duurzame economische activiteiten uitoefenen, internationale arbeidsnormen en mensenrechten naleven (UN Guiding Principles on Business and Human Rights en OECD Guidelines on Multinationals). Het PSF gaat hierover een apart rapport publiceren, maar heeft nog niet gezegd wanneer.

De Europese Commissie heeft het PSF ook gevraagd te adviseren over welke andere duurzaamheidsdoelstellingen, zoals governance, kunnen worden opgenomen in een groene en sociale taxonomie. Het PSF heeft aanbevolen 2 governance doelstellingen toe te voegen aan de minimale waarborgen:

  1. Versterking van de corporate governance met kennis en vaardigheden op het gebied van duurzaamheid op het hoogste niveau van een onderneming en transparantie over duurzaamheidsdoelstellingen;
  2. Versterking van de corporate governance met doelstellingen op het gebied van anti-corruptie en omkoping, bescherming van klokkenluiders, verantwoord en transparant belastingbeleid, verantwoord lobbyen, diversiteit van bestuurders en medezeggenschap van werknemers in raden van commissarissen.

Wat zijn de verschillen tussen de sociale en groene taxonomie?

De groene taxonomie heeft 6 milieudoelstellingen. Dat zijn 2 klimaatdoelstellingen voor het beperken van (mitigatie) en aanpassen aan (adaptatie) klimaatverandering. Er zijn 4 milieudoelstellingen over de transitie naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van verontreiniging, duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen en bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen. De sociale taxonomie heeft 3 sociale doelstellingen: fatsoenlijk werk, adequate levensstandaard en welzijn en duurzame en inclusieve gemeenschappen.

De groene taxonomie is gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde criteria (technical screening criteria of regulatory technical standards) terwijl de sociale taxonomie is gebaseerd op internationaal erkende normen en principes op het gebied van mensenrechten en arbeidsnormen.

Kwantitatieve criteria om vast te stellen of een economische activiteit substantieel bijdraagt aan een milieudoelstelling zijn voor klimaatmitigatie en -adaptatie al beschikbaar; criteria voor de andere 4 milieudoelstellingen volgen in 2022. Kwantitatieve criteria om vast te stellen of een activiteit substantieel bijdraagt aan een sociale doelstelling ontbreken nog. In het eindrapport worden suggesties gedaan waaraan deze criteria moeten voldoen.

Wat zijn de volgende stappen?

Het eindrapport bevat voorstellen voor het creëren van een sociale taxonomie met de voor- en nadelen daarvan. De Europese Commissie moet nu beslissen of en hoe de voorstellen van het PSF zullen worden opgevolgd.

De vijf volgende stappen voor het ontwikkelen van een sociale taxonomie zijn:

  1. Verduidelijken van minimale waarborgen (zie hierboven);
  2. Onderzoek naar effecten van de sociale taxonomie op toepassing en ontwerp;
  3. Raamwerk voor het prioriteren van doelstellingen, subdoelstellingen en sectoren;
  4. Prioriteren van doelstellingen, subdoelstellingen en sectoren;
  5. Definiëren van criteria voor substantiële bijdragen en DNSH voor de eerste doelstellingen, subdoelstellingen en sectoren.

Wat kunnen bedrijven en aanbieders van duurzame beleggingsproducten nu al doen?

Als voorbereiding op de sociale taxonomie en vooruitlopend op wettelijke rapportageverplichtingen voor bedrijven (Corporate Sustainability Reporting Directive, CSRD) werd tijdens het webinar op 28 februari aanbevolen alvast een aantal voor het bedrijf en de sector relevante (sub)doelstellingen te selecteren en te bepalen welke economische activiteiten van het bedrijf hieraan een positieve bijdrage leveren. Vervolgens kunnen deze bijdragen worden gekwantificeerd in termen van omzet (van sociale producten en diensten), kosten of investeringen (om de negatieve impact van bijvoorbeeld de energietransitie te voorkomen door investeringen in scholing van medewerkers). Daarna kan worden begonnen met het regelmatig meten van deze bijdragen en het vrijwillig rapporteren daarvan aan klanten en andere belanghebbenden zoals aandeelhouders.

Figuur 1: Selecteer een aantal relevante sociale (sub)doelstellingen (bron: webinar op 28 februari)

Aanbieders van duurzame beleggingsfondsen en mandaten kunnen zich voorbereiden op rapportageverplichtingen vanuit de Taxonomieverordening waaronder het rapporteren van het percentage beleggingen dat in lijn is met de sociale taxonomie en een uitsplitsing van sociale doelstellingen waar deze beleggingen aan bijdragen.

Aanbieders van duurzame aandelen- en obligatiefondsen die beleggen in sociale producten en diensten kunnen beginnen met het verzamelen van omzetgegevens van deze producten en diensten. Aanbieders van duurzame aandelenfondsen die een negatieve sociale impact willen voorkomen of adresseren zoals een leefbaar loon, kunnen beginnen met het verzamelen van de kosten daarvan. Voor obligatiefondsen moet ook het percentage dat is belegd in social bonds worden gerapporteerd.

Ondersteuning nodig op ESG-gebied?

Neem contact op met Bas Knol: 06 5203 4724bas.knol@ESGsupport.nl

Bronnen

]]>